Keuze uit tientallen cavia’s
Met een vrolijke kriebel in mijn buik betreed ik het erf waar ik verwacht met een paar cavia’s kennis te mogen maken. Mijn verwachting wordt ruimschoots overtroffen. Het zijn er niet een paar; ik kan kiezen uit vele tientallen cavia’s. Volwassen beestjes, jonkies, net geboren pluizenbolletjes, mannetjes, vrouwtjes, koppeltjes. Waar moet ik beginnen? Ik besluit ze allemaal, één voor één te bekijken. De eerste waar ik voor ‘val’ is een dikke pummel. Kastanjebruin met een paar witte vlekken. Als ik hem optil, voel ik dat hij zeker anderhalve kilo weegt. Hij is rustig, knuffelbaar en uitzonderlijk groot. Ik ben verkocht.
De stagiair die me langs de hokken leidt, neemt alle tijd. Hij snapt me. Een huisdier moet bij je passen, je moet er een klik mee hebben. Geduldig opent hij het ene na het andere hok. Hij vertelt me alles wat hij van de beestjes weet. Hun naam, geboortedatum, waarom ze in de opvang terecht zijn gekomen en meer. Weet hij eventjes niet alle details, dan belt hij zijn collega Ruth, de cavia-specialist van Stichting Flappus.
Mijn kleine dikkerd komt van een gezin waar ’ie met liefde door de kinderen is verzorgd. Door omstandigheden kon hij er niet blijven. Ik besluit hem Buffel te noemen, een knipoog naar zijn postuur.
Een levenspartner voor Buffel
Nu nog een levenspartner voor Buffel zien te vinden. Thomas adviseert me over de mogelijke combinaties. Een mannetje bij een mannetje kan uitlopen op ruzie. Een vrouwtje bij een mannetje op het tegenovergestelde; daar komen jonkies van. En dan staat Buffel ook nog eens bekend als notoire vrouwenverslinder. ‘Is wel érg dol op de vrouwtjes’, lees ik op het informatiekaartje op zijn hok. Gelukkig is Buffel in de opvang gecastreerd, getuige de twee hechtinkjes in zijn liezen. Als zijn hormonen over een paar weken zijn uitgewerkt, moet het lukken om met een vrouwtje samen te leven.
Op zoek naar een vrouwtje dus. Ik zie de meest bijzondere kleuren vrouwtjescavia’s. Taupe, crème, langharig, kortharig. Keuzestress. Tot ik voor een hok met twee schichtige vrouwtjes sta. ‘Die ene is blind aan één oog’, vertelt hij erbij. Ik zie het bevestigd op het informatiebordje op het hok: ‘Lindsey, blind’. Als ik haar wil pakken, vlucht ze een hoek in. Logisch, ze ziet de helft niet. Maar als ik haar eenmaal op mijn arm heb, ontspant ze direct. In haar linkeroog zit een doffe witte vlek. De handicap weerhoudt me er niet van om voor haar te kiezen. Of misschien juist daaróm kies ik haar. Als je dan toch op een maatschappelijk verantwoorde manier aan je dieren wil komen, dan maar meteen een dier de kans geven dat door een ander misschien niet wordt gekozen.