Hoe ziet een ezel er uit?
De ezel heeft een robuust en sterk lichaam. De benen zijn vrij dun, zeker in vergelijking met paarden, en de hoefjes zijn klein, hoog en rond. De vacht is niet waterdicht zoals bij paarden, waardoor ezels minder goed tegen kou en regen (of nattigheid) kunnen. De oren zijn lang en staan recht op het hoofd. Hiermee kunnen ze goed horen en communiceren, maar ook overtollige warmte kwijt raken. De ogen zitten aan de zijkant van het hoofd. Hiermee kan een ezel heel ver kijken, ook in het donker. De tanden van ezels blijven doorgroeien. Door te kauwen op hooi of takken blijven ze kort. Ze hebben ook een melkgebit, net als wij, dat ze wisselen als ze 2 – 4 jaar zijn. Ezels gaan ook naar de paardentandarts om hun gebit te laten controleren en eventueel punten op de kiezen weg te vijlen, anders kunnen ze niet goed malen.
Waar komt de ezel vandaan?
Wilde ezels woonden aanvankelijk in de woestijnen van Noord Afrika. Ongeveer 4000 jaar geleden verschenen ze voor het eerst in Spanje en Italie, maar nu zie je de ezel alleen nog in het wild in NO Afrika. Ze werden hoofdzakelijk gehouden als lastdier. Ze hebben zich dus ontwikkeld in een subtropisch klimaat, maar ze kunnen zich goed aanpassen aan West Europese omstandigheden.
Van de wilde ezel bestaan er 2 ondersoorten: de Nubische ezel (Equus africanus) schofthoogte 120 cm en de Somali ezel (Equus africabus somalicus) die 140 cm. hoog is. Onze tamme ezel stamt hoofdzakelijk af van deze laatste. Ze variëren in kleur en grootte. Er zijn ook mini-ezels die ongeveer 91 cm hoog worden. Deze kwamen oorspronkelijk uit Sardinië en Sicilië.